Nieuws

Slapend dienstverband is slecht werkgeverschap [rechtspraak]

10 april 2019

Slapend dienstverband is slecht werkgeverschap [rechtspraak]

 

De directeur van een zorginstelling krijgt kanker waardoor zij haar veeleisende werk niet meer kan uitvoeren. Haar werkgever weigert haar te ontslaan. De directeur beschuldigt haar werkgever ervan het dienstverband slapend te houden om zo onder het betalen van een transitievergoeding uit te komen. Is dat slecht werkgeverschap?

 

Omdat de directeur door haar ziekte volledig en blijvend arbeidsongeschikt is volgens de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, ontvangt zij een IVA-uitkering. Haar werkgever heeft dus geen loondoorbetalingsverplichting meer. Toch blijft haar dienstverband bestaan, hoewel ze eerder al is ontslagen van haar taken als statutair directeur. De advocaten van de werkgever en de werknemer corresponderen over een arbeidsrechtelijk ontslag, waardoor de directeur recht krijgt op een transitievergoeding. De werkgever weigert dit verzoek in te willigen en houdt vast aan een slapend dienstverband.

 

Transitievergoeding

De directeur stapt naar de voorzieningenrechter en eist dat haar werkgever de arbeidsovereenkomst onmiddellijk verbreekt. Zij beroept zich hierbij op artikel 7:671 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek. Zij vraagt de voorzieningenrechter haar daarbij de wettelijke transitievergoeding van € 150.067,= bruto toe te kennen. Zij vindt dat haar werkgever vanuit goed werkgeverschap verplicht is hier aan mee te werken.

 

Jurisprudentie

Uit eerdere rechterlijke uitspraken volgt dat er geen sprake is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten als een werkgever bij een slapende arbeidsovereenkomst niet tot ontslag overgaat, ook niet waardoor de werknemer hierdoor een transitievergoeding misloopt. De werkgever is volgens de jurisprudentie ook niet op grond van zijn verplichtingen als goed werkgever (artikel 7:611 BW) verplicht om de arbeidsovereenkomst op te zeggen.

 

Wet compensatie transitievergoedingen

Toch oordeelt de voorzieningenrechter dit keer anders. Want sinds die vorige rechterlijke uitspraken heeft de wetgever onderkend dat de slapende dienstverbanden onwenselijk zijn. Daarom is de Wet houdende maatregelen met betrekking tot de transitievergoeding bij ontslag wegens bedrijfseconomische omstandigheden of langdurige arbeidsongeschiktheid tot stand gekomen. De wet is overigens beter bekend als de Wet compensatie transitievergoedingen.

 

Terugwerkende kracht

Deze wet, die ingaat op 1 april 2020, regelt dat een werkgever compensatie kan aanvragen bij het UWV voor de transitievergoeding voor een werknemer die na twee jaar arbeidsongeschiktheid wordt ontslagen. De vergoeding wordt betaald vanuit het Werkloosheidsfonds.

 

De Wet compensatie transitievergoedingen is met terugwerkende kracht ook van toepassing op arbeidsovereenkomsten die voor de inwerkingtreding van de wet, maar na 1 juli 2015 zijn beëindigd.

 

Wetgever

De voorzieningenrechter verwijst naar een uitspraak van de voormalige minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Minister Asscher stelde dat het alleen in dienst houden van een werknemer om geen transitievergoeding verschuldigd te zijn, niet getuigt van fatsoenlijk werkgeverschap. Juist daarom heeft de wetgever de Wet compensatie transitievergoedingen in het leven geroepen. Er is bovendien duidelijke informatie beschikbaar voor werkgevers over deze wet en de wijze waarop zij compensatie kunnen aanvragen.

 

Slecht werkgeverschap

De voorzieningenrechter is daarom van oordeel dat het niet langer vol te houden is dat het in stand laten van een slapende arbeidsovereenkomst, geen strijd met goed werkgeverschap kan opleveren. Dat moet volgens de voorzieningenrechter van geval tot geval worden bekeken.

 

En in dit geval is er sprake van slecht werkgeverschap. Door haar ziekte heeft de werknemer geen enkele kans meer om nog weer aan het werk te gaan. Bovendien is zij eerder al ontslagen als statutair directeur. Hierdoor is haar arbeidsovereenkomst volgens de voorzieningenrechter een lege huls geworden.

 

Financieel belang

De werkgever heeft geen enkel ander belang bij het laten voortduren van de arbeidsovereenkomst dan een financieel belang. De werkgever voert aan dat zijzelf en andere werkgevers de compensatie voor de transitievergoeding uiteindelijk zelf financieren. Deze wordt immers gefinancierd  uit het Algemeen werkloosheidsfonds, dat wordt gevoed door werkgeversbijdragen.

 

Werkgevers hebben er daarom belang bij dat de aanspraak op compensatie beperkt blijft. De werkgever wil zichzelf en andere werkgevers – en daarmee de samenleving – niet belasten met de betaling van de transitievergoeding aan de voormalige directeur.

 

Oordeel voorzieningenrechter

De voorzieningenrechter vindt dat de werkgever voorbij gaat aan het feit dat slapende dienstverbanden als ongewenst worden beschouwd. Ook bij langdurige arbeidsongeschiktheid moet de transitievergoeding worden ‘afgerekend’. Dat de werkgever bovendien allerlei beren op de weg ziet en vreest ook na invoering van de Wet compensatie transitievergoedingen te kunnen fluiten naar haar compensatie, maakt het oordeel van de voorzieningenrechter niet anders. Volgens de rechter is het niet aannemelijk dat het UWV niet tot uitvoering van de Wet compensatie transitievergoedingen kan komen.

 

De werkgever moet de arbeidsovereenkomst daarom binnen drie dagen opzeggen en de transitievergoeding betalen. Als stok achter de deur legt de voorzieningenrechter een dwangsom op van € 50.000,= als bedrag ineens en € 4.000,= voor elke dag dat de zorginstelling weigert het vonnis na te leven,  tot een maximum van € 150.000,=.

 

Rechtbank Den Haag | ECLI:NL:RBDHA:2019:3109

 

Bron: pwnet.nl

Heeft u vragen over dit nieuwsitem?

 

Wilt u meer informatie over dit nieuwsitem, neem dan gerust contact met ons op.

Contact

Papland 4a

4206 CL Gorinchem

Telefoon: +31 (0)85-047 98 69

Email: info@regiohr.nl

Copyright 2019 | EVI Groep

STUUR EEN BERICHT

STUUR EEN BERICHT
STUUR EEN BERICHT
STUUR EEN BERICHT